Was ik een liefhebber van Bach, of kwam ik voor het koor?
Dat wilde de man weten die naast me zat tijdens de uitvoering van de Johannes Passion in Dieren.
Hij vroeg het in de pauze.
Geen van beiden, moest ik bekennen. Een goede vriend van me zingt in het koor. Daarom was ik er.
Een vriendendienst.
De man kwam duidelijk voor Bach. Niet voor het koor, dat hij zo-zo vond.
Zijn vrouw zong in een veel beter koor, in Arnhem. Met een topdirigent, die borg stond voor een transparante klank.
Op deze uitvoering had mijn deskundige buurman het nodige aan te merken.
De transparantie kon beter. En enkele solisten zongen met te veel vibrato. En dat kwam weer door hun opleiding, die vooral op opera was gericht.
Ook het publiek wist niet hoe het hoorde: dat had zojuist geapplaudisseerd! En applaudisseren doe je niet, bij zo'n devoot stuk.
Oei, ook ik had geklapt. Dat had hij vást gezien.
Na de pauze knikte de man me desondanks weer vriendelijk toe.
Ik luisterde ondeskundig verder. Hij deskundig, aantekeningen makend op het programmaboekje. Ik meende te zien dat hij rapportcijfers noteerde achter de namen van de solisten.
Na de slotklanken klapte ik weer mee met het gewone volk. Maar wel zachter dan in de pauze en een beetje opzij, in de hoop dat mijn buurman, die natuurlijk niet applausseerde, het niet zou zien.
Ik vroeg hem na het applaus of hij ondanks zijn kritiek genoten had.
"Ja hoor", zei hij. "Ik heb wel eens een perfecte uitvoering gehoord van de Johannes Passion, maar die sprak me minder aan dan deze".
Tot slot vroeg ik hem of hij ook zong. Dat bleek niet het geval. In de eerste van de HBS werd hij door zijn muziekleraar afgewezen voor het schoolkoor, bekende hij.
print deze pagina | terug naar de vorige pagina