Mini vergelijkende discografie

Joseph Haydn: Die Jahreszeiten

 

Tussen het Weihnachtsoratorium van Bach en de Pastorale van Beethoven staat Haydns oratorium Die Jahreszeiten uit 1798, waarin het gaat om losjes samengevoegde cantates enerzijds en om een ongestoord idyllische blik op de natuur en de wereld anderzijds. Landlieden en jagers dartelen, als afzonderlijke personages treden een pachter en zijn dochter plus een jonge boer naar voren. Al deze mensen zijn duidelijk doordrongen van de kringloop der natuur; het voorjaar is voor hen de tijd om te zaaien, de herfst de tijd om te oogsten. Dat de muziek nogal naïef aandoet is geen reden om er minder zorg aan te besteden.

Vergeleken met Die Schöpfung is dit oratorium minder populair; het onderwerp van een schildering van het leven op het Oostenrijkse platteland eind achttiende eeuw is misschien ook minder interessant, maar de manier waarop Haydn allerlei taferelen en bezigheden muzikaal uitbeeldt is meer dan de moeite waard.

Zo ongeveer de meest serieuze, de meest traditionele uitvoering komt van Böhm (DG 423.922-2, 457.713-2) met drie solisten die anno 1967 op het hoogtepunt van hun kunnen waren: Janowitz, Schreier en Talvela. Spontaner, hartelijker klinkt de vertolking van Davis (Philips 434.169-2), maar niet iedereen zal van de Engelse tekst gediend zijn. In dat geval biedt Dorati (Decca 448.101-2) een fraai onschuldig klinkend alternatief. Wat blijmoediger is dan weer Marriner (Philips 438.715-2).

Uiteraard zijn ook de interpretaties met oude instrumenten in opmars. De beste daaronder stammen van Weil (Sony 57965), Gardiner I (Archiv 431.818-2, 1990), Harnoncourt (Teldec 2292-42699-2) en Gardiner II (Archiv 449.217-2). Gardiner biedt zelfs wat alternatieven en toevoegingen extra. Beide dirigenten huldigen een verhalende stijl en nemen Haydns frisse naïviteit voor wat deze is: simpel en direct, ook in de vorm van klankschildering. Harnoncourts eigenzinnigheid zal eerder op bezwaren stuiten dan Gardiners wat nadrukkelijke charisma. De veiligste aanbeveling lijkt al met al Gardiner II met zijn spontaan aandoende (maar o zo grondig voorbereide!), vrolijk-blije uiting van Arcadische pastorale onschuld en van de harmonie tussen mens en natuur.

 

Naar een tweede pagina over Die Jahreszeiten

Naar een pagina over Haydn

Naar een tweede pagina over Haydn

Terug naar de pagina 'concert'