| |
Op zesjarige leeftijd werd hij ter opleiding tot
kerkmusicus in de leer gedaan bij een familielid, Mathias Franck,
onderwijzer en leider van de kerkmuziek in Hainburg. De muzikaliteit van
de jongen trof kapelmeester Reutter uit Wenen, die het land afreisde op
zoek naar koorknapen voor het koor van de Stephansdom, en in 1740
verhuisde Haydn naar Wenen. Als koorknaap werd hij ondergebracht in een
internaat, waar hij een meer harde dan werkelijk goede opleiding kreeg. In
1749 werd hij, naar aanleiding van een onbetekenende kwajongensstreek,
ontslagen.
Als musicus, componist, docent en kopiïst wist hij zich in de
nu volgende jaren een bestaan en steeds meer naam te verschaffen. Hij
verzuimde overigens niet aan zijn eigen ontwikkeling te werken, en het
waren blijkens zijn autobiografische aantekeningen (1776) vooral het
theoretische werk en de composities van C.Ph.E.
Bach, die indruk op hem
maakten.
Veel leerde hij ook van de Italiaanse componist en zangpedagoog Porpora. Mede door hem kwam hij in aanraking met kringen van de kleine
adel.
Voor graaf von Fürnberg componeerde Haydn tussen 1755 en 1759 o.a.
zijn eerste strijkkwartetten. In dit laatste jaar werd hij benoemd tot
kapelmeester bij graaf Morzin, voor wiens bescheiden orkestje hij zijn
eerste symfonieën componeerde.
In 1760 trad Haydn in het huwelijk met
Maria Anna Keller. Het volgende jaar werd hij benoemd tot
vice-kapelmeester van prins Paul Anton Esterházy te Eisenstadt. Diens
opvolger, prins Nicolaus Jozef, stelde hem in 1766 aan als eerste
kapelmeester in het nieuw gebouwde slot Esterháza bij het Neusiedlermeer.
Het orkest werd uitgebreid van 14 tot 22 man en vormde zich onder Haydn
tot een der beste ensembles van die tijd.
Voor dit orkest componeerde Haydn, die dertig jaar in dienst bleef van de
Esterházy's, talrijke
symfonieën, opera's (w.o. marionettenopera's), wereldlijke cantates,
kerkmuziek, divertimenti, concerten en menuetten; ook schreef hij ca. 170
composities (w.o. trio's) voor baryton,
een instrument, dat de prins zelf niet onverdienstelijk bespeelde.
In de afgelegenheid van het landelijk domein der
Esterházy's bouwde Haydn aan een levenswerk, dat het fundament en de kern
zou gaan vormen van de Duitse klassieke
muziek.
Zijn
toehoorders, de aristocratische elite uit geheel Europa, verbreidden zijn
roem al spoedig over Europa en Amerika en hij werd uitgenodigd om voor het
Weense hof te componeren.
Uit 1779 dateren zijn contacten met de uitgever Artaria, die veel van zijn pianotrio's publiceerde. Belangrijk was de
opdracht die Haydn in 1784–1785 van het Concert de la Loge Olympique in
Parijs kreeg tot het schrijven van zes (Parijse) symfonieën (nrs. 82–87);
zijn erkenning in het buitenland culmineerde echter in de opdracht van de
Londense concertagent J.P. Salomon om twaalf speciaal voor dit doel te
componeren symfonieën te komen dirigeren in Londen.
Haydn, die in 1790
– na de dood van zijn broodheer – van daadwerkelijke diensten aan de
Esterházy's was ontheven, ging op de uitnodiging in.
Van 1790 tot 1792
verbleef hij in Londen, waar men hem een verbijsterende ontvangst bereidde
en waar hij sterk onder de indruk raakte van Händels koormuziek. Hij werd
eredoctor van de universiteit van Oxford en oogstte een dermate groot
succes met zijn concerten dat het bezoek herhaald moest worden (1794–1795).
Nadien bleef hij voorgoed in Wenen, waar hij voornamelijk vocale muziek
componeerde, w.o. zes grote missen en, de bekroning van zijn oeuvre, de
oratoria Die Schöpfung (1797–1798) en Die Jahreszeiten
(1798–1801).
Haydn had in zijn artistieke ontwikkeling deel aan de
diverse stijlveranderingen in de 18de eeuw.
In zijn jeugd werd hij
opgeleid in de traditie van de barokmuziek.
Later onderging hij de invloed van de galante
stijl, de Empfindsamkeit en de Sturm und Drang.
De belangrijkste
historische betekenis van Haydn ligt
in het feit dat in zijn latere werk de groei en de consolidatie van de
klassieke stijl zichtbaar werd, waarmee hij een nieuwe algemeen menselijke
taal schiep, die direct aanspreekt en vrij is van alle valse pathos. Als
zodanig paste zijn muziek niet meer in de formalistische en
aristocratische hofcultuur van het
rococo.
Invloed van de
volksmuziek in zijn ontwikkeling is aanwijsbaar, vooral in de ‘boertige’
menuetten van zijn strijkkwartetten en symfonieën.
De typisch klassieke schrijfwijze bereikte Haydn eerst ca.
1780. Een belangrijke fase in zijn ontwikkeling, waarin diverse heterogene
elementen tot een synthese worden samengebracht, zijn de jaren 1766–1775,
ook aangeduid als de Sturm und Drang-periode. In de genres van de symfonie
(La Passione, nr. 49), het strijkkwartet (op. 9, 17 en 20) en de
pianosonate (c mineur Hob. XVI:20) worden nieuwe kenmerken zichtbaar als
een gepassioneerde expressie, een krachtig ritmisch élan, nadruk op de
harmonische spanning, een thematisch en koloristisch zelfstandiger
optreden van de blaasinstrumenten en een verbreding van de muzikale
periodes. Het langzame deel wordt in plaats van andantes een intense
adagio en de finale
wordt in gewicht en karakter gelijkwaardig aan het aanvangsdeel. Ook is er
een opvallende dramatische opvatting en uitbouw van de doorwerking van de
sonatedelen.
Na een periode, waarin Haydns groei door nood gedwongen
concentratie op het componeren van opera's enigszins stagneerde, breekt
omstreeks 1784–1785 een nieuwe periode van stilistische expansie aan met
de Parijse symfonieën en de Tostkwartetten op. 54, op. 55 en op.
64 (opgedragen aan de violist J. Tost).
In deze werken legde Haydn het fundament van de klassieke,
instrumentaal dramatische schrijfwijze, die wordt gekarakteriseerd door
een motivische structuur, waarin eenheid en variëteit elkaars tegenpolen
worden en waarin door het uitspelen van tegengestelde motieven wordt
uitgegaan van een antithese, die tot een oplossing wordt gebracht.
Omstreeks de jaren negentig componeerde Haydn nog een serie pianotrio's,
die opvallen door een cantabilestijl (zie
cantabile), die
anticipeert op het vroege werk van Beethoven. Van de tegelijkertijd
gecomponeerde drie pianosonates wijst de sonate in Es majeur (Hob. XVI:52)
met haar volle en harmonisch rijke textuur zelfs op directe invloed van Beethoven.
In de vormen die een dramatisch karakter hebben, bijv. de opera, heeft hij
zich niet zo representatief kunnen uiten; in het epische genre evenwel
kwam zijn talent tot volle ontplooiing, met name in de beide oratoria Die
Schöpfung en Die Jahreszeiten.
Daarnaast heeft Haydn nog een
groot aantal van een grote geestelijke rijkdom getuigende speel- en
gebruiksmuzieken geschreven.
Kort na zijn dood verschenen er drie, op conversatie met
de componist gebaseerde, biografische geschriften (G.A. Griesinger, A.C.
Dies, Carpani). Nog tijdens zijn leven werd door Breitkopf & Härtel
het complete oeuvre van Haydn uitgegeven.
|