Israel in Egypt by
G.F. Handel
De teksten zijn uit
Exodus 1-19, Deel II uit Ex.15, en de Psalmen 78, 105 en 106.
Deze teksten zijn uit
de Statenvertaling van 1637. (Uit: www.statenvertaling.net)
1. Now
there arose a new King Ex.1:8,11,13
Daarna stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet
gekend had.
En zij zetten oversten der schattingen over hetzelve, om het te
verdrukken met hun lasten; want men bouwde voor Farao schatsteden, Pitom en
Raamses.
En de Egyptenaars deden de kinderen Israëls dienen met
hardigheid.
2. And the children
of Israel sighed Ex.2:23
En het geschiedde na vele dezer dagen, als de koning van Egypte
gestorven was, dat de kinderen Israëls zuchtten en schreeuwden over den dienst;
And their cry came
up unto God Ex.2:23
en hun gekrijt over hun dienst kwam op tot God.
3. Then sent he
Moses Ps.105:26,27,29
Hij
zond Mozes, Zijn knecht, en Aäron, dien Hij verkoren had.
Zij deden onder hen de bevelen Zijner tekenen, en de wonderwerken in het
land van Cham.
Hij keerde hun wateren in bloed, en Hij doodde hun
vissen.
4. They loathed to
drink of the river Ex.7:18,19
En de vis in de rivier zal sterven, zodat
de rivier zal stinken; en de Egyptenaars zullen vermoeid worden, dat zij het
water uit de rivier drinken mogen.
Verder zeide de HEERE tot Mozes: zeg tot
Aäron: Neem uw staf, en steek uw hand uit over de wateren der Egyptenaren, over
hun stromen, over hun rivieren, en over hun poelen, en over alle vergadering
hunner wateren, dat zij bloed worden; en er zij bloed in het ganse Egypteland,
beide in houten en in stenen vaten.
5. Their land brought forth frogs Ps.105:30
Hun land bracht vorsen voort in overvloed, tot in de binnenste
kameren hunner koningen.
Ex.7:18,19
De HEERE dan had tot
Mozes gesproken: Farao zal naar ulieden niet horen, opdat Mijn wonderen in
Egypteland vermenigvuldigd worden.
En Mozes en Aäron hebben al deze wonderen
gedaan voor Farao's aangezicht; doch de HEERE verhardde Farao's hart, dat hij
de kinderen Israëls uit zijn land niet trekken liet.
6. He spake the word Ps.105:31,34,35
Hij sprak, en er kwam een vermenging van ongedierte,
luizen, in hun ganse landpale.
Hij sprak, en er kwamen sprinkhanen en kevers, en dat
zonder getal;
Die al het kruid in hun land opaten, ja, aten de vrucht
hunner landouwe op.
7. He gave them hailstones Ps.105:32
Hij
maakte hun regen tot hagel, vlammig vuur in hun land.
Ex.9:23,24
Toen strekte Mozes zijn staf naar den
hemel; en de HEERE gaf donder en hagel, en het vuur schoot naar de aarde; en de
HEERE liet hagel regenen over Egypteland.
En er was hagel, en vuur in het midden des
hagels vervangen; hij was zeer zwaar; desgelijks is in het ganse Egypteland
nooit geweest, sedert het tot een volk geweest is.
8. He sent a thick darkness Ex.10:21
Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar den hemel,
en er zal duisternis komen over Egypteland, dat men de duisternis tasten zal.
9. He smote all the
first-born of Egypt Ps.105:36,37
Hij versloeg ook alle eerstgeborenen in hun
land, de eerstelingen al hunner krachten.
En Hij voerde hen uit met zilver en goud; en onder hun
stammen was niemand, die struikelde.
10. But for his
people Ps.78:53 Ps.105:37
Ja,
Hij leidde hen zeker, zodat zij niet vreesden; want de zee had hun vijanden overdekt.
En Hij voerde hen uit met zilver en goud; en onder hun
stammen was niemand, die struikelde.
11. Egypt was glad -
12. He rebuked the
Red Sea Ps.106:9
En
Hij schold de Schelfzee, zodat zij verdroogde,
13. He led them
through the deep Ps.106:9
en
Hij deed hen wandelen door de afgronden, als door een woestijn.
14. But the waters
overwhelmed Ps.106:11
En
de wateren overdekten hun wederpartijders; niet een van hen bleef over.
15. And Israel saw
that great work Ex.19:31
Ook zag Israël de grote hand, die de HEERE aan de Egyptenaren
bewezen had;
16. And believed the
Lord Ex.19:31
en het volk vreesde den HEERE, en geloofde in den HEERE, en aan
Mozes, Zijn knecht.
PART II.
17. Moses and the
children of Israel Ex.15:1
Toen
zong Mozes en de kinderen Israëls den HEERE dit lied, en spraken, zeggende:
18. I will sing unto
the Lord Ex.15:1
Ik
zal den HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter
heeft Hij in de zee geworpen.
19. The Lord is my
strength Ex.15:2
De
HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest;
20. He is my God Ex.15:2
deze
is mijn God; daarom zal ik Hem een liefelijke woning maken;
21. And I will exalt
Him Ex.15:2
Hij
is mijns vaders God, dies zal ik Hem verheffen!
22. The Lord is a
man of war Ex.15:3,4
De HEERE is een krijgsman; HEERE is Zijn
Naam!
Hij heeft Farao's wagenen en zijn heir in de zee
geworpen; en de keure zijner hoofdlieden zijn verdronken in de Schelfzee.
23. The depths have
covered them Ex.15:5
De
afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen.
24. Thy right hand,
O Lord Ex.15:6
O
HEERE! Uw rechterhand is verheerlijkt geworden in macht; Uw rechterhand, o
HEERE! heeft den vijand verbroken!
25. And in the
greatness Ex.15:7
En
door Uw grote hoogheid hebt Gij, die tegen U opstonden, omgeworpen;
26. Thou sentest
forth Thy wrath Ex.15:7
Gij
hebt Uw brandenden toorn uitgezonden, die hen verteerd heeft als een stoppel.
27. And with the
blast of Thy nostrils Ex.15:8
En
door het geblaas van Uw neus zijn de wateren opgehoopt geworden; de stromen
hebben overeind gestaan, als een hoop; de afgronden zijn stijf geworden in het
hart der zee.
28. The enemy said Ex.15:9
De
vijand zeide: Ik zal vervolgen, ik zal achterhalen, ik zal den buit delen, mijn
ziel zal van hen vervuld worden, ik zal mijn zwaard uittrekken, mijn hand zal
hen uitroeien.
29. Thou didst blow Ex.15:10
Gij
hebt met Uw wind geblazen; de zee heeft hen gedekt, zij zonken onder als lood
in geweldige wateren!
30. Who is like unto
Thee Ex.15:11
O
HEERE! wie is als Gij onder de goden? wie is als Gij, verheerlijkt in
heiligheid, vreselijk in lofzangen, doende wonder?
31. The earth
swaloow's them Ex.15:12
Gij
hebt Uw rechterhand uitgestrekt, de aarde heeft hen verslonden!
32. Thou in thy
mercy Ex.15:13
Gij
leiddet door Uw weldadigheid dit volk, dat Gij verlost hebt; Gij voert hen
zachtkens door Uw sterkte tot de liefelijke woning Uwer heiligheid.
33. The people shall
hear Ex.15:14,15,16
De
volken hebben het gehoord, zij zullen sidderen; weedom heeft de ingezetenen van
Palestina bevangen.
Dan
zullen de vorsten van Edom verbaasd wezen; beving zal de machtigen der
Moabieten bevangen; al de ingezetenen van Kanaän zullen versmelten!
Verschrikking
en vrees zal op hen vallen; door de grootheid van Uw arm zullen zij verstommen,
als een steen, totdat Uw volk, HEERE! henen doorkome; totdat dit volk henen
doorkome, dat Gij verworven hebt.
34. Thou shalt bring
them in Ex.15:17
Die
zult Gij inbrengen, en planten hen op den berg Uwer erfenis, ter plaatse, welke
Gij, o HEERE! gemaakt hebt tot Uw woning, het heiligdom, hetwelk Uw handen
gesticht hebben, o HEERE!
35. The Lord shall
reign Ex.15:18
De
HEERE zal in eeuwigheid en geduriglijk regeren!
36. For the horse of
Pharaoh Ex.15:19
Want
Farao's paard, met zijn wagen, met zijn ruiters, zijn in de zee gekomen, en de
HEERE heeft de wateren der zee over hen doen wederkeren; maar de kinderen
Israëls zijn op het droge in het midden van de zee gegaan.
37. The Lord shall
reign Ex.15:18
De
HEERE zal in eeuwigheid en geduriglijk regeren!
38. And Miriam, the
Prophetess Ex.15:20,21
Toen antwoordde Mirjam hunlieden:
39. Sing ye to the
Lord Ex.15:21,18
Zingt den HEERE; want Hij is hogelijk verheven! Hij heeft
het paard met zijn ruiter in de zee gestort!